Knikkeren in een knikkerputje

In Nederland en België is dit het meest klassieke knikkeren. Er wordt gespeeld met een kuiltje in een rechthoekig speelveld, ook wel "kuiltje schieten", "knikkerpotje vullen" of in het buitenland "puggy" genoemd. Dit zijn ook de regels die toegepast worden bij kampioenschappen zoals het NK Knikkeren.

 

De spelregels:

Er wordt gespeeld in een veld van ongeveer 1,5 bij 3 meter met een kuiltje op ongeveer 2/3 lengte. Ook wordt er vooraf bepaald met hoeveel knikkers er wordt gespeeld, bijvoorbeeld elk 5 zoals op het NK Knikkeren.

Om te bepalen wie mag beginnen gooit elke speler een knikker in de richting van het putje. Diegene van wie de knikker het dichtst bij het kuiltje, maar niet erin, ligt mag beginnen.

Nu proberen de spelers om beurt een knikker in het putje te rollen. Lukt dit dan mag de speler nog een keer. Nieuwe knikkers worden vanaf de gooilijn gerold, knikkers die al in het veld liggen worden gespeeld vanaf het punt waar ze liggen. Knikkers die uit het speelveld rollen worden gelegd op het punt waar ze uit het veld gingen.

De speler die de laatste knikker in het putje rolt is de winnaar en mag alle knikkers uit het putje houden.

 

Varianten:

  • Ketsen: Bij het ketsen gaat het erom dat de knikker door een andere knikker het potje in geduwd wordt. Een knikker mag dus niet rechtstreeks door een speler in het potje gerold worden.
  • Muurketsen: Bij muurketsen mag de knikker niet rechtstreeks in het kuiltje gemikt worden maar moet de knikker eerst een muur raken voor hij in het potje terechtkomt.
Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »